Toon alle producten |
|
| Wachtwoord vergeten? | |
| Gebruikersnaam vergeten? | |
| Bent u een nieuwe klant? Registreer dan hier | |
|
|
|
| Bekijk mandje | |
|
Uw mandje is momenteel leeg.
|
| Technische tips |
Een zonneboiler hoort bemeten te worden aan de woning, de bestaande installatie en de bewoners die er gebruik van maken. Er zijn specialisten die hier bijzonder veel verstand van en ervaring mee hebben, maar ook voor een gewoon persoon met wat gezond verstand is dit te doen, zolang geen exotische eisen aan de installatie gesteld worden.
Een standaard zonneboiler bestaat uit drie hoofdonderdelen:
Een collector, die de zonnestraling opvangt en die energie als warmte afgeeft aan een vloeistof (in het algemeen water met antivries).
De collectoren van River Solar bestaan uit vacuümbuizen van borosilicaatglas met daarin absorbers, die de warmte via een heat pipe afgeven aan de vloeistof. Hierdoor is er heel weinig warmteverlies op koude dagen en heb je al snel opbrengst, zelfs bij lichte bewolking. In het algemeen heb je twee tot vier collectoren nodig voor een gezin, ongeveer 10 - 15 buizen per persoon. De collector kan op een schuin dak gemonteerd worden boven de dakpannen (of shingles). Ideaal is daarvoor een dak met oriëntatie tussen het zuidoosten en zuidwesten zonder schaduw van bomen of gebouwen. Bij een andere oriëntatie neem je iets meer collectoren om te compenseren voor de ongunstiger richting. Op een plat dak worden de collectoren op een steun gemonteerd.
Een opslagvat voor warm tapwater met een warmtewisselaar. De vuistregel is 70 tot 100 l per persoon.
Een werkstation, bestaande uit een pomp met appendages, dat ervoor zorgt dat de warmte van de collector in het opslagvat terechtkomt. Dit werkstation is voorzien van een elektronische regeling die de pomp regelt.
Voorbeeld:
Een gezin met vier leden wil een standaard zonneboiler (alleen warm water). Daarvoor zijn volgens bovenstaande vuistregels 40 tot 60 buizen nodig. Gekozen wordt voor 60 stuks. Dat kan met 2 SFB30 collectoren (elk 2m56 breed). De woning is 5 meter breed, waardoor ze niet naast elkaar op het schuine dak gemonteerd kunnen worden. Het dak is hoog genoeg, waardoor de twee collectoren boven elkaar kunnen (2 x 1m96 hoog).
Dan het tapwatervat. De vuistregel beveelt voor vier bewoners een grootte van 280 tot 400 liter aan. De verwarmingsketel, een combiketel, bevindt zich op zolder. Op de zolder van onze voorbeeldfamilie is net geen ruimte voor een vat van 400 liter met een diameter van 75 cm, dus wordt een vat van 300 liter gekozen (Ø 65 cm, 1m41 hoog). Het werkstation met een 12L expansievat komt ernaast, aan de wand geschroefd, met het display van de regeling op de overloop van de eerste verdieping, zodat men kan zien hoe het ervoor staat met het systeem zonder naar zolder te gaan.
Tussen collector en werkstation komen een aan- en afvoerleiding (15mm, met 25mm dikke isolatie) en verder komt er een kabeltje voor de temperatuursensor op de collector naar de pompregeling. Er wordt een doorvoer door het dakbeschot gemaakt met ventilatiedakpannen erboven tegen het inregenen. Een wandcontactdoos voor de stroomvoorziening was al aanwezig op zolder.
Bas Doeksen, River Solar
River Solar, Gijsbrecht van Amstelstraat 279, 1215 CM Hilversum